Zen en de kunst van het ontplooien

De eerste weken in groep 1 dachten de kinderen van zijn klas dat mijn zoon Zen niet kon praten. Ze waren extra lief voor hem. Later leerde hij dat het wenselijk was om iets terug te zeggen als hem wat gevraagd werd. Het werd echter blank in zijn hoofd op die momenten. Soms duurde de stilte wel 5 minuten om daarna, als de mensen zo geduldig bleken dat ze nog steeds op hem wachtten, te antwoorden met “weet ik niet”.
We waren blij als “weet ik niet” vervangen werd door een hele zin die iets meer prijsgaf. En toen hij rond zijn 16e met twee zinnen en soms zelfs met drie antwoordde, maakte ons hart een sprongetje.

In zijn fantasiewereld praatte hij honderduit. Als hij in die wereld was, dan glommen zijn ogen. Hij sprong, hij danste en hij straalde. Hij had niemand nodig om volkomen gelukkig te zijn. Hij was een meester in het accepteren van de omstandigheden. Nooit klaagde hij. Hij was altijd zachtmoedig. Zelfs toen Michel hem op zijn 12e meenam op fietsreis in Engeland en ze na een hele lange tocht een lekke band kregen tijdens een sneeuwstorm. Pas na meer dan 2 uur konden ze verder. Ze waren tot op het bot verkleumd, maar ook toen kwam er geen onvertogen woord uit zijn mond. Hij genoot vooral van de warme chocolademelk die ze een uurtje later in de kroeg aangeboden kregen.
Alleen mensen… die vond hij ingewikkeld.

Vaak vroegen Michel en ik ons af of we hulp moesten zoeken voor hem. Vrienden had hij niet en hoefde hij ook niet. School, en later universiteit, was het maximale dat hij qua prikkels in de buitenwereld aan kon. Op zijn kamer, daar laadde hij altijd zelf weer op. Maar zou hij ooit uit eigen beweging zijn kamer verlaten?
We genoten thuis altijd van zijn vredige, zachte en tegelijkertijd krachtige aanwezigheid en wilden niets liever dan dat hij dit kon behouden. We besloten hem zijn eigen pad te gunnen. We gunden hem zijn fantasiewereld. Zijn tijd alleen. Zijn stilte. Hoe spannend dat voor ons als ouders ook was.
Verschillende spirituele leraren noemden hem 'iemand van de nieuwe wereld'. Toen hij op zijn 21e zelf aangaf getest te willen worden, was de diagnose autisme voor ons geen verrassing.

Ik geloof er heilig in dat ieder mens uniek is en precies is zoals het bedoeld is. Dat ieder mens zich volledig kan ontplooien als dat in zijn eigen tempo mag en op zijn eigen manier. Zen daagde me uit om hier vertrouwen in te blijven houden. Want hoe moeilijk is het om te zien als je kind niet past in deze maatschappij? Hoe spannend is het als je niet precies weet wat er in je kind leeft en hoe hij de dingen ervaart? Deden we er echt goed aan om hem zoveel mogelijk te laten?

Vorig jaar kregen we op een verrassende manier antwoord op deze laatste vraag. Inmiddels is Zen 24. Voor de zomer vroeg hij ons opeens aan tafel: “Willen jullie mijn album horen?” We hadden geen idee waar hij het over had. Bleek hij al jaren bezig te zijn met teksten te schrijven over zijn gevoelsleven en de manier waarop hij het leven zag. Met de komst van AI had hij de gelegenheid gekregen om zijn woorden op muziek te zetten. Nu zijn album klaar was, voelde het goed om ermee naar buiten te treden.

Zijn muziek gaf me niet alleen inzicht in hoe hard de wereld bij hem binnen kwam en hoeveel veerkracht hij eigenlijk had, maar raakte ook op een diepere gevoelslaag. De jongen die nooit woorden leek te hebben, wist nu woorden te geven aan emoties die zo velen van ons kennen. Zo schreef hij over de chaos in zijn hoofd die er moest zijn “so I don’t have to feel the pain of living”. Over de continue twijfel of hij ooit de man zou kunnen worden, “who I am supposed to be.” Maar ook over de innerlijke vreugde die hij zo goed kende en ons uitnodigde om: “let’s be happy for no fucking reason”.

Deze kerst verraste hij de hele familie met zijn nummer Machteloos. Een lied over het lijden in de wereld, waarin hij zich afvraagt “Voel jij je ook zo machteloos?” om vervolgens te vertellen hoe liefde het antwoord kan zijn op dit gevoel.

Vorige week kreeg ik van hem een speciaal verjaardagscadeau. Mocht ik nog twijfelen over de eigen kracht die in ieder mens aanwezig is en zich kan ontplooien in zijn eigen tempo, dan is die twijfel helemaal verdwenen met het nummer dat hij speciaal voor mij geschreven heeft: Woman in the woods. Over het kleine meisje dat zich afvroeg of ze wel paste in deze wereld. En de wijze vrouw in het bos die ons vol liefde de weg wijst.
Zo wijst Zen mij erop dat we allemaal een klein jongetje of meisje in onszelf hebben dat bang is dat het niet welkom is in deze wereld. Maar, zo herinnert hij ons: niet alleen het kleine kind leeft in ons. We hebben ook allemaal een wijze vrouw (of man) in ons. Als we ons daardoor laten gidsen, zullen we ontdekken dat er in ieder van ons een enorme potentie aanwezig is. Dat er in ieder van ons een grootse liefde leeft. Dat we allemaal welkom zijn in deze wereld. Precies zoals we zijn.
Jij. Ik. En zeker ook onze kinderen.

ps. Zijn nummer zijn te vinden op Spotify, onder de naam Zen Barth